Misstanden Melden

(Tłumaczenie Polski)

Dit betreft een regeling voor het omgaan met een Vermoeden van een Misstand binnen Bankiva B.V., Plukon Food Group B.V en haar dochterondernemingen in Nederland, hierna de “Klokkenluidersregeling”.

Het belangrijkste doel van de Klokkenluidersregeling is dat op deze wijze de leiding van de onderneming op de hoogte komt van gevaarlijke of illegale activiteiten die risico’s opleveren voor de onderneming, werknemers, de omgeving of de maatschappij. Daarbij dienen de werknemers op een verantwoorde wijze een melding te kunnen doen, zonder gevolgen voor hun positie.

Bij een misstand kan men denken aan bijvoorbeeld: (een vermoeden van) een overtreding van de wet- en regelgeving (bijvoorbeeld fraude, verduistering, corruptie) of het veroorzaken van een situatie waardoor personeel of derden in gevaar (kunnen) worden gebracht. De schadelijke overtreding moet het persoonlijk belang van de klokkenluider/melder overstijgen bijvoorbeeld doordat er sprake is van een zekere mate van ernst of omvang of van een structureel karakter. Misstanden die gemeld kunnen worden zijn bijvoorbeeld:

  • als er gezien wordt dat er illegaal afval wordt geloosd;
  • als er opzettelijk producten worden besmet of vervalst (voedselfraude);
  • of als er een vermoeden is dat er collega’s zijn die prijsafspraken maken met de concurrent.

De Klokkenluidersregeling biedt daarnaast de mogelijkheid om tijdig maatregelen te kunnen nemen om een eind te maken aan een misstand voordat een van de risico’s zich verwezenlijkt.

Misstanden die niet gemeld kunnen worden op basis van de Klokkenluidersregeling zijn persoonlijke klachten (bijvoorbeeld over de werkplek, de relatie met collega’s of leidinggevende). Deze klachten kunnen worden gemeld volgens de procedure zoals geregeld in het klachtenreglement (regeling nummer: 009-0).

Artikel 1. Begripsbepalingen
1. In de Klokkenluidersregeling wordt verstaan onder:
a. Werknemer: degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht of heeft verricht dan wel degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht of heeft verricht;
b. Werkgever: Bankiva B.V., Plukon Food Group B.V. en haar dochterondernemingen , welke krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht arbeid laat verrichten of heeft laten verrichten dan wel anders dan uit dienstbetrekking arbeid laat verrichten of heeft laten verrichten;
c. Vermoeden van een Misstand: het vermoeden van een Werknemer, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover: 1e. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de Werknemer bij zijn Werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de Werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en
2e. het maatschappelijk belang in het geding is bij:
i. de (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift, waaronder een (dreigend) strafbaar feit,
ii. een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid,
iii. een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen,
iv. een (dreigend) gevaar voor de aantasting van het milieu,
v. een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten,
vi. een (dreigend) gevaar van verlies voor, dan wel schade aan de Werkgever,
vii. een (dreigende) schending van andere regels dan een wettelijk voorschrift,
viii. een (dreigende) verspilling van overheidsgeld,
ix. (een dreiging van) het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie over de onder i t/m ix hierboven genoemde feiten.
Bij een misstand kan men denken aan bijvoorbeeld: (een vermoeden van) een overtreding van de wet- en regelgeving (bijvoorbeeld fraude, verduistering, corruptie) of het veroorzaken van een situatie waardoor personeel of derden in gevaar (kunnen) worden gebracht. De schadelijke overtreding moet het persoonlijk belang van de Melder overstijgen bijvoorbeeld doordat sprake is van een zekere mate van ernst of omvang of van een structureel karakter. Misstanden die gemeld kunnen worden zijn bijvoorbeeld:

  • als er gezien wordt dat er illegaal afval wordt geloosd;
  • als er opzettelijk producten worden besmet of vervalst (voedselfraude);
  • of als er een vermoeden is dat er collega’s zijn die prijsafspraken maken met de concurrent. Misstanden die niet gemeld kunnen worden op basis van de Klokkenluidersregeling zijn persoonlijke klachten (bijvoorbeeld over de werkplek, de relatie met collega’s of leidinggevende) deze klachten kunnen worden gemeld volgens de procedure zoals geregeld in het klachtenreglement (regeling nummer: 009-0).

e. Externe Contactpersoon: degene die is aangewezen door de Werkgever om als externe derde op te treden en het meldingsproces van de Werknemer te begeleiden en/of de Werknemer en Melder te voorzien van advies;
f. Leidinggevende: de direct leidinggevende van de Melder;
g. Melding: de melding van een Vermoeden van een Misstand op grond van de Klokkenluidersregeling;
h. Melder: de Werknemer die een Vermoeden van een Misstand heeft gemeld op grond van de Klokkenluidersregeling;
i. Hoogste Leidinggevende van de Werkgever.: de heer Peter Poortinga;
j. Hoogste Leidinggevende van de Vestiging: de persoon die de dagelijkse leiding heeft over de vestiging waar de Melder werkzaam is (plantmanager); waar in een bepaalde vestiging de plantmanager niet de feitelijk leidinggevende is van het kantoorpersoneelslid die de melding doet, is in dat geval de managing director van Nederland de Hoogste Leidinggevende van de Vestiging.
k. Interne Toezichtorgaan: het orgaan dat binnen de organisatie van de Werkgever toezicht houdt op de Hoogste Leidinggevende, zijnde de Raad van Commissarissen met de Voorzitter van de Auditcommissie, thans de heer Cees van Rijn, als aanspreekpunt;
l. Hoogste Verantwoordelijke: het Interne Toezichtorgaan of als de organisatie van de Werkgever geen Intern Toezichtorgaan heeft, de Hoogste Leidinggevende van de Vestiging;
m. Interne Contactpersoon: Director Legal Affairs thans de heer Brett Bos, die in het kader van deze klokkenluidersregeling interne contactpersoon is, met het oog op het tegengaan van benadeling. In uitzonderlijke gevallen kan – al dan niet op verzoek van de Melder- een ander persoon als intern contactpersoon worden aangewezen door de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever in overleg met de Melder.
n. Onderzoekers: degenen aan wie de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever het onderzoek naar de Misstand opdraagt, in dit kader wordt eveneens verwezen naar artikel 11 lid 4;
o. Vertrouwenspersoon: degene die is aangewezen om als zodanig voor de organisatie van de werkgever te fungeren,
2. Daar waar in de Klokkenluidersregeling de hij-vorm wordt gebruikt, dient mede de zij-vorm te worden gelezen.

Artikel 2. Interne Melding door de Werknemer
De Werknemer met een Vermoeden van een Misstand binnen de organisatie van de Werkgever kan daarvan – ter vrije keuze van de Werknemer- melding doen bij: – zijn Leidinggevende- de Hoogst Leidinggevende van de Vestiging of; – de Hoogst Leidinggevende van de Werkgever of; – het Intern Toezichtsorgaan of; – de Externe Contactpersoon of;
– de Vertrouwenspersoon.
Zie tevens ‘’Schema “Klokkenluidersprocedure” (bijlage 1) en ‘’Overzicht functies en contactgegevens’’ (bijlage 2).

Artikel 3. Melding door een werknemer van een andere organisatie
Een werknemer van een andere organisatie die door zijn werkzaamheden met de organisatie van de Werkgever in aanraking is gekomen, en een Vermoeden heeft van een Misstand binnen de organisatie van de Werkgever kan daarvan Melding doen bij de Externe Contactpersoon.

Artikel 4. Informatie, advies en ondersteuning voor de Werknemer
1. De Werknemer kan de Interne of Externe Contactpersoon verzoeken om informatie, advies en ondersteuning inzake het Vermoeden van een Misstand.
2. De werknemer kan voor informatie, advies en ondersteuning ook een eigen adviseur, die uit hoofde van zijn functie een geheimhoudingsplicht heeft, in vertrouwen raadplegen.

Artikel 5. Bescherming van de Melder tegen benadeling
1. De Werkgever zal de Melder niet benadelen in verband met het te goeder trouw en naar behoren melden van een Vermoeden van een Misstand. 2. Onder benadeling als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval verstaan het nemen van een benadelende maatregel, zoals:
a. het verlenen van ontslag, anders dan op eigen verzoek;
b. het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van een tijdelijk dienstverband;
c. het niet omzetten van een tijdelijk dienstverband in een vast dienstverband;
d. het treffen van een disciplinaire maatregel;
e. het opleggen van een onderzoeks-, spreek-, werkplek- en/of contactverbod aan de Melder of collega’s van de Melder,
f. de opgelegde benoeming in een andere functie;
g. het uitbreiden of beperken van de taken van de Melder, anders dan op eigen verzoek;
h. het verplaatsen of overplaatsen van de Melder, anders dan op eigen verzoek;
i. het weigeren van een verzoek tot het verplaatsen of overplaatsen van de Melder;
j. het wijzigen van de werkplek of het weigeren van een verzoek daartoe;
k. het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning, bonus, of toekenning van vergoedingen;
l. het onthouden van promotiekansen;
m. het niet accepteren van een ziekmelding, of het de Werknemer als ziek geregistreerd laten.
n. het afwijzen van een verlofaanvraag;
o. het verlenen van verlof, anders dan op eigen verzoek.
3. Van benadeling als bedoeld in lid 1 is ook sprake als een redelijke grond aanwezig is om de Melder aan te spreken op zijn functioneren of een benadelende maatregel als bedoeld in lid 2 jegens hem te nemen, maar de maatregel die de Werkgever neemt niet in redelijke verhouding tot staat tot die grond.
4. Indien de werkgever jegens de Melder binnen afzienbare tijd na het doen van een Melding overgaat tot het nemen van een benadelende maatregel als bedoeld in lid 2, motiveert hij waarom hij deze maatregel nodig acht en dat deze maatregel geen verband houdt met het te goeder trouw en naar behoren melden van een Vermoeden van een Misstand.
5. De Werkgever draagt er zorg voor dat leidinggevenden en collega’s van de Melder zich onthouden van iedere vorm van benadeling in verband met het te goeder trouw en naar behoren melden van een Vermoeden van een Misstand., die het professioneel of persoonlijk functioneren van de Melder belemmert. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
a. het pesten, negeren en uitsluiten van de Melder;
b. het maken van ongefundeerde of buitenproportionele verwijten ten aanzien van het functioneren van de Melder;
c. het feitelijk opleggen van een onderzoeks-, spreek-, werkplek- en/of contactverbod aan de Melder of collega’s van de Melder, op welke wijze dan ook geformuleerd;
d. het intimideren van de Melder door te dreigen met bepaalde maatregelen of gedragingen als hij zijn Melding doorzet.
6. De Werkgever spreekt Werknemers die zich schuldig maken aan benadeling van de Melder daarop aan en kan hen een waarschuwing of een disciplinaire maatregel opleggen.

Artikel 6. Het tegengaan van benadeling van de Melder
1. De aangewezen Interne Contactpersoon bespreekt onverwijld, samen met de Melder, welke risico’s op benadeling aanwezig zijn, op welke wijze die risico’s kunnen worden verminderd en wat de Werknemer kan doen als hij van mening is dat sprake is van benadeling. De Interne Contactpersoon draagt zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en legt deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Melder ontvangt hiervan een afschrift.
2. Indien de Melder van mening is dat sprake is van benadeling, kan hij dat onverwijld bespreken met de Interne Contactpersoon. De Interne Contactpersoon en de Melder bespreken ook welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan. De Interne Contactpersoon draagt zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en legt deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Interne Contactpersoon stuurt het verslag onverwijld door aan de Hoogste leidinggevende van de Vestiging. De Melder ontvangt hiervan een afschrift.
3. De Hoogste Leidinggevende van de Vestiging dan wel de Hoogst Leidinggevende van de Werkgever draagt er zorg voor dat maatregelen die nodig zijn om benadeling tegen te gaan worden genomen.

Artikel 7. Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling
1. De Werkgever zal de Leidinggevende en de Vertrouwenspersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
2. De Werkgever zal de Interne Contactpersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
3. De Werkgever zal de Externe Contactpersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
4. De Werkgever zal de Onderzoekers die in dienst zijn van de Werkgever niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in de Klokkenluidersregeling beschreven taken.
5. De Werkgever zal een Werknemer die wordt gehoord door de Onderzoekers niet benadelen in verband met het te goeder trouw afleggen van een verklaring.
6. De Werkgever zal een Werknemer niet benadelen in verband met het door hem aan de Onderzoekers verstrekken van documenten die naar zijn redelijk oordeel van belang zijn voor het onderzoek.
7. Op benadeling van de in lid 1 t/m 6 bedoelde personen zijn artikel 5 lid 2 t/m 6 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8. Vertrouwelijke omgang met de Melding en de identiteit van de Melder
1. De Werkgever draagt er zorg voor dat de informatie over de Melding zodanig wordt bewaard dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor diegenen die bij de behandeling van deze Melding betrokken zijn.
2. Al diegenen die bij de behandeling van een Melding betrokken zijn maken de identiteit van de Melder niet bekend zonder uitdrukkelijke schriftelijke instemming van de Melder en gaan met de informatie over de Melding vertrouwelijk om.
3. Indien het Vermoeden van een Misstand is gemeld via de Externe Contactpersoon en de Melder geen toestemming heeft gegeven zijn identiteit bekend te maken, wordt alle aan de Melder gerichte correspondentie over de Melding verstuurd aan de Externe en de Interne Contactpersoon en stuurt de Externe of Interne Contactpersoon dit onverwijld door aan de Melder.

Artikel 9. Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de Melding
1. Indien de Melding schriftelijk wordt gedaan, ontvangen de Melder, de Interne Contactpersoon en de Hoogst Leidinggevende van de Werkgever daarvan een bevestiging en een afschrift van degene aan wie de Melding is gedaan.
2. Indien de Werknemer de Melding mondeling doet of een schriftelijke Melding van een mondelinge toelichting voorziet, draagt degene waarbij de Melding is gedaan , in overleg met de Melder, zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en legt deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Melder, de Interne Contactpersoon en de Hoogst Leidinggevende van de Werkgever ontvangen hiervan een afschrift van degene aan wie de Melding is gedaan.
3. Indien de Melder of degene waarbij de Melding is gedaan een redelijk vermoeden hebben dat de Interne Contactpersoon bij de Vermoedde Misstand betrokken is, stuurt degene aan wie de Melding is gedaan – in overleg met de Melder – de Interne Contactpersoon, in afwijking van artikel 9 lid 1 en lid 2, geen bevestiging en afschrift van de Melding.
3. Indien de Melder of degene aan wie de Melding is gedaan een redelijk vermoeden hebben dat de Hoogste Leidinggevende van Werkgever bij de Vermoeden Misstand betrokken is, stuurt degene waarbij de Melding is gedaan , de Melding onverwijld door aan het Interne Toezichtsorgaan binnen de organisatie van de Werkgever. In dat geval dient in de Klokkenluidersregeling voor “de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever” verder “het Interne Toezichtsorgaan” te worden gelezen.
4. Na ontvangst van de Melding stelt de Hoogste Leidinggevende van Werkgever de Melder in de gelegenheid, zich uit te laten of er zich in casu een uitzonderlijk geval voordoet, waardoor de Director Legal Affairs zou moeten worden vervangen door een ander persoon als Intern Contactpersoon.
5. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever stuurt zowel de Melder, als de Interne Contactpersoon, onverwijld een bevestiging dat de Melding is ontvangen. De ontvangstbevestiging bevat in ieder geval een zakelijke beschrijving van de Melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van de Melding.

Artikel 10. Bescherming persoonsgegevens
Zowel de Interne als Externe Contactpersoon, de Hoogste Leidinggevende van Werkgever, de Leidinggevende, de Hoogst Leidinggevende van de Vestiging, de Onderzoekers dan wel het Interne Toezichtsorgaan, dienen ervoor te zorgen dat de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de Melding en het onderzoek:

  • toereikend, relevant en niet-overmatig zijn voor de behandeling van de Melding;
  • beperkt blijven tot aanduidingen van feiten, en in principe geen waardeoordelen bevatten; subjectieve appreciaties moeten dus in regel worden geweerd;
  • die onbewezen feiten uitmaken, uitdrukkelijk als dusdanig worden aangemerkt is;
  • niet langer worden bewaard dan nodig voor de behandeling van de Melding, inclusief de eventuele gerechtelijke- of tuchtprocedures tegen de beklaagde (gegronde melding) of tegen de Melder in geval van valse meldingen of lasterlijke aantijgingen.

Artikel 11. Behandeling van de melding door de Werkgever
1. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgeverstelt een onderzoek in naar het gemelde Vermoeden van een Misstand. Het onderzoek naar het gemelde Vermoeden van een Misstand zal worden ingesteld tenzij:
a. het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, of
b. op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een Vermoeden van een Misstand.
2. Indien de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de Melder en de Interne en eventueel Externe Contactpersoon daar binnen twee weken na de interne Melding schriftelijk over. Daarbij wordt tevens aangegeven op grond waarvan de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever van oordeel is dat het Vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, of dat op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een Vermoeden van een Misstand.
3. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever draagt het onderzoek op aan Onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn, en laat het onderzoek in ieder geval niet uitvoeren door personen die mogelijk betrokken zijn of zijn geweest bij de Vermoeden Misstand.
4. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever informeert de Melder en de Interne en eventueel Externe Contactpersoon onverwijld schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. De Hoogst Leidinggevende van de Werkgever stuurt de Melder daarbij een afschrift van de onderzoeksopdracht, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.
5. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever informeert de personen op wie een Melding betrekking heeft over de Melding tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad.
6. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever houdt de Interne Contactpersoon op de hoogte van het verloop van het onderzoek.

Artikel 12. De uitvoering van het onderzoek
1. De Onderzoekers stellen de Melder in de gelegenheid te worden gehoord. De Onderzoekers dragen zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en leggen deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan de Melder. De Melder ontvangt hiervan een afschrift.
2. De Onderzoekers kunnen ook anderen horen. De Onderzoekers dragen zorg voor een schriftelijke vaststelling hiervan, en leggen deze vastlegging ter goedkeuring en ondertekening voor aan degene die gehoord is. Degene die gehoord is ontvangt hiervan een afschrift.
3. De Onderzoekers kunnen binnen de organisatie van de Werkgever alle documenten inzien en opvragen die zij voor het doen van het onderzoek redelijkerwijs nodig achten.
4. Werknemers mogen de Onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij het redelijkerwijs nodig achten dat de Onderzoekers daar in het kader van het onderzoek kennis van nemen.
5. De Onderzoekers stellen een concept onderzoeksrapport op en stellen de Melder in de gelegenheid daar opmerkingen bij te maken, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.
6. De Onderzoekers stellen vervolgens het onderzoeksrapport vast. Zij sturen de Melder en personen waarop de Melding betrekking heeft hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. 7. Indien het onderzoek aantoont dat de Melding ongegrond was en tevens uit het onderzoek blijkt dat de Melder te kwader trouw heeft gehandeld dan wel misbruik van de Klokkenluidersregeling heeft gemaakt, dan kunnen disciplinaire sancties worden getroffen in lijn met het van tijd tot tijd geldende arbeidsreglement, waarbij een ontslag (op staande voet) niet wordt uitgesloten.

Artikel 13. Standpunt van de Werkgever
1. De Hoogste Leidinggevende van de Werkgever waarbij de melding in behandeling is informeert de Melder binnen acht weken na de melding schriftelijk over het inhoudelijk standpunt met betrekking tot het gemelde Vermoeden van een Missstand. Daarbij wordt tevens aangegeven tot welke stappen de Melding heeft geleid.
2. Indien duidelijk wordt dat het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, informeert de Hoogste Leidinggevende van de Werkgever waarbij de Melding in behandeling is de Melder daar schriftelijk over. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn de Melder het standpunt tegemoet kan zien. De verlenging van de termijn mag maximaal vier weken bedragen.
3. Lid 1 t/m 2 zijn overeenkomstig van toepassing op de personen op wie de Melding betrekking heeft, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad.

Artikel 14. Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt Werkgever
1. De Werkgever stelt de Melder in de gelegenheid op het onderzoeksrapport en het standpunt van de Werkgever te reageren.
2. Indien de Melder in reactie op het onderzoeksrapport of het standpunt van de Werkgever onderbouwd aangeeft dat het Vermoeden van een Misstand niet daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht of dat in het onderzoeksrapport of het standpunt van de Werkgever sprake is van wezenlijke onjuistheden, reageert de Werkgever hier inhoudelijk op en zal het Intern Toezichtsorgaan haar standpunt kenbaar maken en zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek instellen. Op dit nieuwe of aanvullende onderzoek zijn artikel 10 t/m 14 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Intern en extern onderzoek naar benadeling van de Melder
1. De Melder die meent dat sprake is van benadeling in verband met het doen van een Melding, kan de Hoogste Leidinggevende van Werkgever of indien er een redelijk vermoed is waaruit blijkt dat de Hoogste Leidinggevende van Werkgever betrokken is bij de Vermoede Misstand, het Interne Toezichtsorgaan, verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er binnen de organisatie met hem wordt omgegaan.
2. De artikelen 10 t/m 16 zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Lid 1 en 2 zijn op de in artikel 7 lid 1 t/m 5 bedoelde personen van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16. Externe melding
Een Melding kan slechts bij een overheidsinstantie worden gedaan indien:

  • de Melder het niet eens is met het standpunt als bedoeld in artikel 13 en van oordeel is dat het vermoeden ten onrechte terzijde is gelegd;
  • de Melder geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijn als bedoeld in artikel 13 lid 1 of lid 2;
  • het eerst doen van een interne melding in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd (hiervoor wordt ook verwezen naar de mogelijkheid voor het inwinnen van advies ex artikel 4)
  • er een wettelijke verplichting bestaat tot het onverwijld doen van aangifte.

Artikel 17. Publicatie, rapportage en evaluatie
1. De Hoogste Leidinggevende van Werkgever draagt er zorg voor dat de Klokkenluidersregeling wordt gepubliceerd op de informatieborden en openbaar wordt gemaakt op de website van de Werkgever.
2. De Hoogste Leidinggevende van Werkgever stelt jaarlijks een rapportage op over het beleid aangaande het omgaan met het melden van Vermoedens van Misstanden en Vermoeden van Onregelmatigheden en de uitvoering van de Klokkenluidersregeling in Nederland. Deze rapportage bevat in ieder geval:
a. informatie over de in het afgelopen jaar gevoerde beleid aangaande het omgaan met het melden van Vermoedens van Misstanden en Onregelmatigheden en het in het komende jaar te voeren beleid op dit vlak;
b. informatie over het aantal meldingen en een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de Werkgever;
c. algemene informatie over de ervaringen met het tegengaan van benadeling van de Melder;
d. informatie over het aantal verzoeken om onderzoek naar benadeling in verband met het doen van een Melding en een indicatie van de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de Werkgever.
3. De Hoogste Leidinggevende van Werkgever stuurt het concept voor de in het vorige lid bedoelde rapportage ter bespreking aan de Centrale Ondernemingsraad, waarna dit in een overlegvergadering met de Centrale Ondernemingsraad wordt besproken.
4. De Hoogste Leidinggevende van Werkgever stelt de Centrale Ondernemingsraad in de gelegenheid zijn standpunt over het beleid aangaande het omgaan met het melden van Vermoedens van Misstanden, de uitvoering van de Klokkenluidersregeling, en de rapportage kenbaar te maken. De Hoogste Leidinggevende van Werkgever draagt zorg voor verwerking van het standpunt van de Centrale Ondernemingsraad in de rapportage, en legt deze verwerking ter goedkeuring aan de Centrale Ondernemingsraad voor.

Artikel 18. Inwerkingtreding Klokkenluidersregeling
1. De Klokkenluidersregeling treedt in werking op 14 juli 2016. 2. De Klokkenluidersregeling wordt aangehaald als de Klokkenluidersregeling voor het omgaan met het melden van een Vermoeden van een Misstand bij Bankiva B.V., Plukon Food Group B.V. en haar dochterondernemingen, of kortweg Klokkenluidersregeling Bankiva B.V., Plukon Food Group B.V. en haar dochterondernemingen.

Artikel 19
Wijziging van deze klokkenluidersregeling zal met inachtneming van artikel 27 WOR (instemmingsrecht van de ondernemingsraad) geschieden.

Bijlagen: 

Contactgegevens Hoffmann Bedrijfsrecherche
Telefoonnnummer: 0900 46 33 62 6 (bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 8:00 uur – 20:00 uur)
Online: https://hoffmannbv.nl/klokkenluidersregeling-Plukon

Voor andere meldgegevens -anders dan Hoffmann Bedrijfsrecherche- zie de contactgegevens op de plaatselijke mededelingenborden.